Bobby Fischer verdwijnt van het toneel

Bobby Fischer Tigran PetrosianJuist op het moment dat de wereld aan zijn voeten lag wist Bobby Fischer zichzelf volledig uit te gummen. Fischer sloot zich aan bij een religieuze sekte en werd achtervolgd door de FBI. Zijn uitspraken werden steeds scherper en stukje bij beetje gleed Fischer af. Kansen om terug te keren op het grote toneel kreeg Bobby voldoende. Geld zat hem echter in de weg. Steeds bleef hij hogere bedragen vragen om wedstrijden te spelen. Het zorgde er zelfs voor dat hij in 1975 zijn wereldtitel niet verdedigde. Onderhandelingen met de Wereldschaakbond FIDE liepen vast en na veel getouwtrek werd besloten dat Anatoli Karpov, de uitdager van Fischer, de nieuwe wereldkampioen werd. Zelf bleef Bobby Fischer zich altijd de wereldkampioen noemen.

Aan het doordraaien

Ondertussen kregen steeds meer mensen het idee dat Bobby Fischer aan het doordraaien was. De beschuldigen die hij uitte naar de overheid van de Verenigde Staten, de Russen die hij als liegend, bedriegend en hypocriet omschreef en de Joden. Vooral dat laatste was opmerkelijk, want Fischer was zelf half Joods. Het werd er niet beter op toen hij korte tijd werd opgesloten in de gevangenis in Pasadena. Fischer werd per vergissing aangezien voor een bankovervaller.

Bobby Fischer, gevolgd door de FBI


Inmiddels is gebleken dat de theorieën van Bobby Fischer deels gegrond waren. De rapporten van de diverse veiligheidsdiensten zijn in de loop der jaren vrijgegeven en daaruit bleek inderdaad dat de familie Fischer nauwlettend in de gaten werd gehouden. Dit had diverse oorzaken. Zo waren er natuurlijk al de familiare banden met de Sovjet-Unie en dat beeld werd nog eens versterkt door Bobby’s obsessie door schaken. Hij wilde Russische schaakboeken en bladen hebben, want de beste schakers van dat moment kwamen tenslotte uit het Europese land. Daarnaast was zijn moeder Regina actief feministe en liep in 1960 voorop tijdens een vredesdemonstratie in Moskou. Vanuit daar reisde ze verder naar Oost-Duitsland om haar studie medicijnen af te ronden. In combinatie met de trips van Bobby naar Oost-Europa hing een mogelijke zweem van spionage om de familie. Buren en omwonenden werden dan ook verhoord.

Haat tegen Russen en Joden


De haat van Fischer tegen de Russen is al vroeg begonnen. In 1958 bezocht hij samen met zijn zus Joan de Sovjet-Unie. Daar wilde hij het opnemen tegen de beste Russische schakers, maar zover kwam het niet. Hij mocht af en toe een partij spelen tegen een aanwezige jongeling of een ervaren speler. De enige schaker van formaat waar hij een paar partijtjes snelschaak tegen mocht spelen was Tigran Petrosjan. De grote schakers werden voor Bobby Fischer afgeschermd. Hij werd daar zo boos over dat zijn visum zelfs werd afgepakt. Na de samenzwering van Curacao was de haat definitief. Ook de frustraties tegen de Joden is al vroeg ontstaan. Als jong talent speelde Bobby veel simultaanpartijen. Dit soort dagen vaak georganiseerd door Joden, die het meeste van het verdiende geld in eigen zak staken. Dit stuitte Fischer tegen de borst.