Bobby Fischer – Het Wonderkind

Bobby FischerBobby Fischer werd op 9 maart 1943 in Chicago geboren onder de naam Robert James Fischer. Samen met zijn moeder Regina en zus Joan verhuisde hij al snel naar Brooklyn, New York. Op jonge leeftijd kwam hij in aanraking met schaken. Samen met zijn zus begon Bobby al op zijn zesde met het spel en hij was er zowat direct door geobsedeerd.

In bad schaken

School en spelen met vriendjes werden al snel bijzaken voor de jonge Bobby Fischer. Hij ging op in het spel en zat hele dagen voor over het schaakbord gebogen. Beroemd werd de foto waarop Bobby in bad zat met nog altijd een schaakbord voor zijn neus. In de jaren vijftig werd er veel geschaakt in de parken. Zo was Bobby Fischer geregeld te vinden in het Washington Square Park in New York. Hij leerde daar één van zijn eerste leraren kennen, Carmine Negro. Jack Collins (foto rechts) werd zelfs een echte mentor voor de wereldkampioen in de dop en Bobby was avonden lang te vinden bij Collins en bij de Manhattan Chess Club.

Bobby Fischer speelt Partij van de Eeuw


Het duurde niet lang voor hij werd gezien als een wonderkind. Op dertienjarige leeftijd wist hij voor het eerst in een officiële partij een internationaal grootmeester te verslaan. Donald Byrne was de klus in de door velen na afloop omschreven partij van de eeuw. Bobby Fischer gaat zelf uitgebreid in op deze partij in het door hemzelf geschreven boek My 60 Memorable Games. Nog geen jaar later werd Bobby Fischer voor het eerst nationaal kampioen, op dat moment had hij al internationaal faam gemaakt.

Geen visum naar Cuba

De meeste media-aandacht kreeg hij in 1956 dankzij het Capablanca herdenkingstoernooi. Het toernooi op Cuba zou één van de eerste keren worden dat Fischer oog in oog zou kijken met grote internationale schakers. Hij nam wel deel, maar op een zeer aparte wijze. Bobby Fischer kreeg namelijk geen visum om naar Cuba af te reizen. Hij werd tijdens de toernooidagen in eigen land in een kamertje opgesloten en zijn zetten werden per telex doorgegeven. De Sovjet Vasily Smyslov won op Cuba, Fischer werd in alle stilte tweede.


Gouden toekomst

In 1957 won Bobby zijn eerste grote prijs. Op slechts veertienjarige leeftijd was hij de beste schaker van de Verenigde Staten. Ondanks dat schaken in Amerika op dat moment een relatief kleine sport was, bleek deze titel een voorbode te zijn voor een gouden toekomst. In totaal deed hij acht keer mee op het kampioenschap en kroonde hij zich in alle gevallen tot nationaal kampioen. In 1963 deed hij dat zelfs door het maximale aantal punten te halen. Fischer won alle elf zijn partijen.

Jongste grootmeester ooit

Door de eerste titel in 1957 plaatste hij zich voor het interzonetoernooi, de toenmalige voorrondes richting het wereldkampioenschap. Tot een ieders verrassing werd Bobby Fischer in 1958 zesde in Portoroz (het huidige Slovenië). Hij werd daardoor de jongste grootmeester ooit. Het duurde tot 1991 voor Judith Polgar erin slaagde om deze prestatie te verbeteren.