Bobby Fischer speelt schaakmatch van eeuw, climax in Koude Oorlog

Bobby Fischer Boris Spassky 1972Tien jaar later dan gepland kon Bobby Fischer eindelijk strijden voor de wereldtitel. Met overmacht won de Amerikaan zowel het interzone- als het kandidatentoernooi. Fischer werd daarmee de uitdager van de huidige wereldkampioen: Boris Spassky. In juli 1972 werd de partij een opmerkelijk hoogtepunt tijdens de Koude Oorlog. Bobby Fischer ging de strijd aan met de eeuwige kampioenen uit de Sovjet-Unie. Plots werd schaken veel meer dan zomaar een spel en waren de belangen groot.


Reykjavik

Ieder detail zorgde voor een felle strijd. In de eerste plaats om een geschikte locatie te vinden om de tweekamp af te werken. Na veel getouwtrek kwam IJsland uit de bus. Waar Spasski met zijn volledige achterban ruim op tijd aanwezig was in Reykjavik, schitterde Bobby Fischer in afwezigheid. Alles moest gaan zoals Bobby dat wilde en hij wilde vooral ook de hoofdprijs. Het geld dat hem in eerste instantie geboden werd was voor hem niet genoeg. Pas na tussenkomst van een geldschieter reisde Fischer naar IJsland. Maar ook daar ging het allemaal niet vanzelf.

Televisiecamera’s zoemen

Tijdens de eerste partij maakte Bobby Fischer voor zijn doen een kapitale blunder. Hij poogde een duidelijke remise-stelling te doorbreken door een loper op te offeren tegen twee pionnen. Het pakte volledig verkeerd uit en Spassky kwam op 0-1. Ondertussen maakte Fischer zich overal kwaad over. Zo zouden de televisiecamera’s zoemen en hem afleiden. Hij weigerde om verder te spelen, waarop de camera’s verdwenen. Na de partij ging hij nog verder, maar Bobby kreeg zijn zin niet. Hij besloot daarop niet op te dagen voor de tweede partij. Ondanks koortsachtig overleg kwam Fischer niet naar de zaal en kreeg Spassky de partij cadeau: 0-2. Typerend was dat Bobby Fischer exact tien jaar eerder had gezegd dat hij de toenmalige wereldkampioen Michail Botvinnik zou verslaan, zelfs als hij hem een 2-0-voorsprong zou geven. In Reykjavik maakte hij deze bewering waar.

Bobby Fischer deelt tik uit met zijn stoel


Het meest tekenende beeld was de stoel van Fischer. Spassky zat de eerste paartijen opeen ouderwetse stoel. Hoekig van keihard hout. Zo één waar het hele Oostblok thuis op zat. Bobby Fischer pakte dat heel anders aan. Hij nam zijn eigen Eames Executive Chair mee. Waar Spasski een houten kont kreeg rolde Bobby haast stoïcijns een metertje naar achteren. Als het hem wat lang duurde draaide hij op de stoel heen en weer. Onderwijl rustte zijn hoofd op zijn arm, comfortabel op het zachte kussen. Bobby Fischer wist ermee in het hoofd van Spassky te kruipen en vanaf de zevende partij zat ook de Rus plots op een hypermoderne stoel.

Hegemonie doorbroken

Voorafgaand aan de derde partij waren de problemen tussen Fischer en de organisatie verholpen. De hele wereld haalde opgelucht adem en men keek ademloos naar de zetten. Fischer wist Spassky volledig te knakken en won de wedstrijd alsnog met 12,5 – 8,5. Bobby Fischer was wereldkampioen en had vooral de hegemonie van de Sovjet-Unie doorbroken. Hij rekende af met zijn gezworen vijanden die hij omschreef als liegende, bedriegende en hypocriete Russen. Voor hem was het de winst voor de vrije wereld. Het ‘vrije’ westen was zo gegrepen van de tweestrijd dat er een ware schaakgekte ontstond.